Met het decreet van 23 maart 2012 houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, dat in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd op 20 april 2012 worden deze decreten en Codex inzake de milieueffectenrapportage gewijzigd.
donderdag 10 mei 2012
Nieuwe grieven en bezwaren tegen een gemeentelijke leegstandsbelasting kunnen voor het eerst in gerechtelijke procedure aangebracht worden, zelfs in graad van beroep
Dit is alvast hetgeen het hof van beroep te Gent in een arrest van 17 april 2012 heeft beslist:
“De geïntimeerde stelt dat de appellanten slechts de grieven kunnen aanvoeren die hun rechtsvoorganger tijdens het administratief bezwaar heeft aangevoerd, zodat alle nieuwe argumenten die voor het hof voor het eerst worden aangevoerd, onontvankelijk zouden zijn.
De geïntimeerde beroept zich daartoe op de passage uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de regering van 22 december 1997 onderaan pagina 37, waarin verduidelijkt werd dat in artikel 8 bepaald werd dat, zoals dat in het toenmalige artikel 377,2e lid WIB92 voorzien was, geen nieuwe bezwaren (grieven) meer zouden kunnen worden aangevoerd voor de rechtbanken en hoven in het kader van de gerechtelijke betwistingen na administratief bezwaar. De geïntimeerde gaat er evenwel aan voorbij dat van het wetsontwerp van 22 december 1997 uiteindelijk merkwaardig weinig overgebleven is in de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken. Die wet kreeg immers, na grondig onderzoek en raadpleging van talrijke specialisten, via behandeling – na evocatie – in de Senaat een ander gezicht vergeleken met wat de regering aanvankelijk had voorgesteld. In wat uiteindelijk artikel 9 van de wet van 23 maart 1999 zou worden, werd de beperking van de grieven weggelaten. Er kan ook niet worden aangevoerd dat die beperking impliciet begrepen zit in de uitputtingsvereiste voorzien in artikel 1385 undecies Ger.W. Daartoe kan verwezen worden naar het standpunt van de minister van financiën met betrekking tot het subamendement nr. 30 op het amendement nr. 25 van de regering. In dat subamendement werd voorgesteld om aan artikel 1385 undecies een nieuw lid toe te voegen met de tekst: De eiser mag aan de rechtbank bezwaren voorleggen die bij zijn administratief beroep niet werden geformuleerd. De minister stelde evenwel dat dit overbodig was en wel onder de volgende motivering: De minister herhaalt dat het recht om nieuwe bezwaren voor te leggen, niet meer wordt beperkt. Het algemene rechtsprincipe is dat de eiser voor de rechter bezwaren mag aanvoeren die hij niet geopperd heeft in het stadium van het administratief beroep. De tekst die in amendement nr. 25 wordt voorgesteld, wijkt niet af van het gemeen recht en maakt het mogelijk dat de bezwaren die niet werden geformuleerd in het stadium van het administratief beroep, wel kunnen worden voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg. (Gedr. St. van de Senaat, 1-966/11-1997-1998, verslag namens de commissie voor de financiën en de economische aangelegenheden van 14 januari 1999, pag. 233).
Terecht stellen de appellanten dan ook dat in de huidige fiscale procedure bezwaren kunnen worden aangevoerd die niet tijdens het administratief beroep zijn aangevoerd.
Deze exceptie van de geïntimeerde is dus ongegrond.”
Referentie : Gent, 17 april 2012, AR 2011/1249, ng. (pub502054)
“De geïntimeerde stelt dat de appellanten slechts de grieven kunnen aanvoeren die hun rechtsvoorganger tijdens het administratief bezwaar heeft aangevoerd, zodat alle nieuwe argumenten die voor het hof voor het eerst worden aangevoerd, onontvankelijk zouden zijn.
De geïntimeerde beroept zich daartoe op de passage uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de regering van 22 december 1997 onderaan pagina 37, waarin verduidelijkt werd dat in artikel 8 bepaald werd dat, zoals dat in het toenmalige artikel 377,2e lid WIB92 voorzien was, geen nieuwe bezwaren (grieven) meer zouden kunnen worden aangevoerd voor de rechtbanken en hoven in het kader van de gerechtelijke betwistingen na administratief bezwaar. De geïntimeerde gaat er evenwel aan voorbij dat van het wetsontwerp van 22 december 1997 uiteindelijk merkwaardig weinig overgebleven is in de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken. Die wet kreeg immers, na grondig onderzoek en raadpleging van talrijke specialisten, via behandeling – na evocatie – in de Senaat een ander gezicht vergeleken met wat de regering aanvankelijk had voorgesteld. In wat uiteindelijk artikel 9 van de wet van 23 maart 1999 zou worden, werd de beperking van de grieven weggelaten. Er kan ook niet worden aangevoerd dat die beperking impliciet begrepen zit in de uitputtingsvereiste voorzien in artikel 1385 undecies Ger.W. Daartoe kan verwezen worden naar het standpunt van de minister van financiën met betrekking tot het subamendement nr. 30 op het amendement nr. 25 van de regering. In dat subamendement werd voorgesteld om aan artikel 1385 undecies een nieuw lid toe te voegen met de tekst: De eiser mag aan de rechtbank bezwaren voorleggen die bij zijn administratief beroep niet werden geformuleerd. De minister stelde evenwel dat dit overbodig was en wel onder de volgende motivering: De minister herhaalt dat het recht om nieuwe bezwaren voor te leggen, niet meer wordt beperkt. Het algemene rechtsprincipe is dat de eiser voor de rechter bezwaren mag aanvoeren die hij niet geopperd heeft in het stadium van het administratief beroep. De tekst die in amendement nr. 25 wordt voorgesteld, wijkt niet af van het gemeen recht en maakt het mogelijk dat de bezwaren die niet werden geformuleerd in het stadium van het administratief beroep, wel kunnen worden voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg. (Gedr. St. van de Senaat, 1-966/11-1997-1998, verslag namens de commissie voor de financiën en de economische aangelegenheden van 14 januari 1999, pag. 233).
Terecht stellen de appellanten dan ook dat in de huidige fiscale procedure bezwaren kunnen worden aangevoerd die niet tijdens het administratief beroep zijn aangevoerd.
Deze exceptie van de geïntimeerde is dus ongegrond.”
Referentie : Gent, 17 april 2012, AR 2011/1249, ng. (pub502054)
dinsdag 24 april 2012
Publius spreekt nogmaals over gemeentelijke aansprakelijkheid (Escala, Nazareth 11 juni 2012)
Op 11 juni 2012 geven 4 Publiusadvocaten een spreekbeurt over gemeentelijke aansprakelijkheid, op vraag van Escala. Topics als gemeentelijke aansprakelijkheid en verguningen, aansprakelijkheid van en voor gemeentepersoneel en gemeentemandatarissen, gemeentelijke aansprakelijkheid en overheidsopdrachten en schadebeperkende maatregelen worden er onder de loep genomen. Deze spreekbeurt is in de eerste plaats gericht op de lokale besturen zelf. Ons Publiusboekje over deze materie krijg je er bij!.
Interesse? Klik hier.
Interesse? Klik hier.
dinsdag 17 april 2012
Geen terugbetaling van wedde uitbetaald tijdens preventieve schorsing
De rechtbank van eerste aanleg te Tongeren heeft op 15 april 2011 beslist dat de wedde die werd uitbetaald tijdens een preventieve schorsing van een ambtenaar, niet moest terugbetaald worden na diens ontslag bij wege van tuchtmaatregel.
Het “kopje” in Limburgs Rechtsleven (2012, p. 80) luidt als volgt:
“Ontslag van ambtswege als tuchtstraf werkt in principe terug tot op de dag van het begin van de preventieve schorsing.
Noch in artikel 134 van het Gemeentedecreet, noch in het vroeger geldende artikel 316 van de Nieuwe Gemeentewet wordt uitdrukkelijk bepaald wat er moet gebeuren met de wedde die tijdens de preventieve schorsing (met inhouding van wedde) werd uitbetaald, wanneer er nadien een ontslag van ambtswege volgt.
Onder het stelsel van artikel 316 Nieuwe Gemeentewet werd door de (beperkte) rechtsleer aangenomen dat het deel van de wedde dat betrokkene ontving tijdens zijn periode van preventieve schorsing definitief mocht behouden worden. Dit standpunt strookt met het principe dat administratieve handelingen slechts terugwerking mogen hebben indien wettelijk toegelaten, terwijl dergelijke terugwerking beperkend moet geïnterpreteerd worden. De tuchtstraf kan aldus geen afbreuk doen aan de tijdens de preventieve schorsing definitief verworven wedde.
Van onverschuldigde betaling kan geen sprake zijn vermits inhouding van salaris bij preventieve schorsing krachtens artikel 133, §2 Gemeentedecreet niet meer dan de helft ervan mag bedragen en de salarisbetaling derhalve wel degelijk een oorzaak had.”
Het “kopje” in Limburgs Rechtsleven (2012, p. 80) luidt als volgt:
“Ontslag van ambtswege als tuchtstraf werkt in principe terug tot op de dag van het begin van de preventieve schorsing.
Noch in artikel 134 van het Gemeentedecreet, noch in het vroeger geldende artikel 316 van de Nieuwe Gemeentewet wordt uitdrukkelijk bepaald wat er moet gebeuren met de wedde die tijdens de preventieve schorsing (met inhouding van wedde) werd uitbetaald, wanneer er nadien een ontslag van ambtswege volgt.
Onder het stelsel van artikel 316 Nieuwe Gemeentewet werd door de (beperkte) rechtsleer aangenomen dat het deel van de wedde dat betrokkene ontving tijdens zijn periode van preventieve schorsing definitief mocht behouden worden. Dit standpunt strookt met het principe dat administratieve handelingen slechts terugwerking mogen hebben indien wettelijk toegelaten, terwijl dergelijke terugwerking beperkend moet geïnterpreteerd worden. De tuchtstraf kan aldus geen afbreuk doen aan de tijdens de preventieve schorsing definitief verworven wedde.
Van onverschuldigde betaling kan geen sprake zijn vermits inhouding van salaris bij preventieve schorsing krachtens artikel 133, §2 Gemeentedecreet niet meer dan de helft ervan mag bedragen en de salarisbetaling derhalve wel degelijk een oorzaak had.”
Kan de toets aan de goede ruimtelijke ordening nieuwe landbouwgebouwen in agrarisch gebied verhinderen?
Lees hier het bericht op onze blog VCRO.
donderdag 5 april 2012
Intrekking van een milieuvergunning buiten termijn = stilzwijgende weigeringsbeslissing
Lees hier het bericht op onze blog Vlarem.
zondag 1 april 2012
Termijnregeling Handelsvestigingenwet gerepareerd
Lees hier het bericht op onze website Handelsvestigingen.
Abonneren op:
Berichten (Atom)