donderdag 12 januari 2012

Eerste schorsing door Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Lees meer over het eerste schorsingsarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen op onze VCRO-blog.

maandag 26 december 2011

Gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar beslist niet langer zelfstandig over beroep tegen stedenbouwkundige - of milieuvergunning

In het Belgisch staatsblad van 19 december 2011 werd het decreet van 18 november 2011 "tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening inzake de beroepsmogelijkhedenaangenomen door het Vlaams Parlement over de beroepsmogelijkheid van adviserende instanties inzake milieuvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen" gepubliceerd;

Hierdoor worden al te actieve ambtenaren in hun beroepsmogelijkheden ingeperkt doordat enkel nog het hoofd van de dienst (“leidende ambtenaar”) of diens vervanger een beroep kunnen instellen tegen de stedenbouwkundige vergunning respectievelijk milieuvergunning in eerste aanleg. Zeker de rol van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaren wordt daardoor beperkt.

In de bespreking licht de minister expliciet toe dat het de bedoeling is dat de leidende ambtenaar niet alleen rekening houdt met het sectorale belang van zijn dienst, maar met het algemeen belang.

vrijdag 23 december 2011

Omgevingsvergunning komt dichterbij

Lees hier het persbericht van de Vlaamse regering.

donderdag 22 december 2011

dinsdag 20 december 2011

zaterdag 17 december 2011

Jonas Riemslagh publiceert artikel "Inwoner kan strafklacht indienen door burgerlijke partijstelling namens gemeente, zelfs tegen een gemeentemandataris", noot onder Brussel 13 oktober 2009 en Cassatie 26 oktober 2010 (RABG 2011/20, 1421-1432)

Een inwoner van een gemeente kan op grond van artikel 194 Gemeentedecreet in rechte optreden namens de gemeente. Het hof van beroep te Brussel en het Hof van Cassatie bevestigden recent dat dit substitutierecht is ook van toepassing voor strafgerechten. Een inwoners kan zich namens de gemeente burgerlijke partij stellen indien niet de inwoner maar de gemeente schade heeft geleden. Meer zelfs: de burgerlijke partijstelling kan gericht zijn tegen leden van het college van burgemeester en schepenen. In het meest recente nummer van Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent bespreekt Jonas Riemslagh deze markante arresten.

donderdag 15 december 2011

Ongrondwettige reglementering is niet noodzakelijk foutieve reglementering

In een belangwekkend arrest van 10 september 2010 (F.09.0042.N/1) doet het Hof van Cassatie uitspraak over de vraag of de ongrondwettigverklaring noodzakelijkerwijze een fout inhoudt in de zin van artikel 1382 BW.

Het Hof overweegt:

“1. Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, degene door wiens schuld de schade is ontstaan, verplicht deze te vergoeden.

2. De Staat kan in de regel aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatig wetgevend optreden of nalaten. Het behoort aan de rechter na te gaan of de Staat als wetgever heeft gehandeld zoals kan verwacht worden van een normaal zorgvuldig en omzichtig wetgever.

3. Het oordeel van het Grondwettelijk Hof, in het kader van een prejucidiële vraag, dat een wettelijke bepaling indruist tegen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet heeft nog niet tot gevolg dat vaststaat dat de wetgever onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

4. De aansprakelijkheid van de wetgever voor het nemen van een foutieve wetgeving vraagt een eigen beoordeling door de rechter aan wie gevraagd wordt de Staat te veroordelen op grond van een onrechtmatige daad. De loutere verwijzing naar een arrest van het Grondwettelijk Hof dat prejudicieel een tegenstrijdigheid tussen wet en Grondwet ontwaart op grond van de toestand van het recht op het ogenblik waarop het oordeelt, volstaat niet als een eigen beoordeling.

5. De appelrechters stellen vast dat het Grondwettelijk Hof in antwoord op een prejudiciële vraag heeft vastgesteld in een arrest van 9 december 1998, dat artikel 34, §1, 1°, WIB92 de Grondwet schendt. Zij oordelen dat de vaststelling door het Hof dat een bepaling strijdig is met de Grondwet noodzakelijk betekent dat het foutieve gedrag in hoofde van de wetgeer vaststaat.

Zodoende verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond”.


Hieruit kan misschien worden afgeleid dat een onwettig bevonden,vernietigde of ingetrokken reglementaire beslissing - en waarom niet: een uitvoeringsbelssing - van een overheid (dus ook een gemeente) toch niet per definitie een fout uitmaakt in de zin van artikel 1382 BW.